Hoe lees je een haakpatroon?

Hoe lees je een haakpatroon?Je wil leren haken! Maar ja, hoe begin je? In een eerder blog gaven we je al tips en tricks voor het kiezen van de juiste garens en haaknaald. Vandaag duiken we in de wereld van de haakpatronen. Na het lezen van dit blog kennen patronen voor jou geen geheimen meer.

Het is misschien wel de grootste drempel voor wie wil beginnen met haken: die patronen! En eerlijk is eerlijk, als je nog niet zo thuis bent in de haakwereld ziet zo’n haakpatroon er een beetje uit als een cryptokronkel. De afkortingen en leestekens vliegen je om de oren, om nog maar te zwijgen over hoe je die steken haakt.

Een goede voorbereiding is het halve werk

Alvorens je aan de slag gaat met een patroon is het handig (lees: noodzakelijk) om te weten wat steken inhouden. Bijvoorbeeld, hoe haak ik een vaste? En, wat is een stokje? Zo kun je je volledig concentreren op het patroon en wordt het geen ‘puzzel in puzzel’. Ben je nog niet bekend met de basissteken van het haken, volg dan de online workshop haken op onze website.

Online workshop haken

De ‘wie, wat, waar’ van een haakpatroon

Naast de werkwijze bestaat een patroon altijd nog uit een aantal vaste onderdelen. Om te beginnen de moeilijkheidsgraad. Kies altijd een patroon dat bij jouw niveau past. Bouw stap voor stap op zodat haken leuk is (en blijft).

Vaak staat als tweede de afmeting van het eindresultaat vermeld.

Dan de benodigdheden en de stekenverhouding (het aantal steken en toeren om een lapje van 10x10 cm te maken). Deze twee onderdelen pakken we even samen omdat ze bij elkaar horen als Ying en Yang. Gebruik je namelijk een ander garen en/of een andere haaknaald dan die staat voorgeschreven, dan zal je stekenverhouding 9 van de 10 keer niet kloppen met het genoemde. Dat een knuffeltje wat groter of kleiner uitvalt is meestal niet zo’n probleem. Maar als dat leuke vest opeens één of twee maten verschilt van de jouwe, is dat zacht uitgedrukt een onaangename verrassing. Dus, kies je ervoor om een ander type garen en de daarbij behorende naalddikte te hanteren, zorg dan voor een juiste verhouding en reken je patroon om.

In veel gevallen vind je als laatste een legenda van de gebruikte afkortingen. Zijn er nog bijzonderheden of wordt er een unieke steek gebruikt, dan legt de ontwerp(st)er in het inleidende stukje ook uit hoe je deze steek haakt. We zetten de meest voorkomende afkortingen van steken even voor je op een rijtje:

Afkortingen haakpatroon

Naast steken worden ook handelingen vaak afgekort. Bijvoorbeeld wanneer je moet meerderen of minderen of een draad afhecht. Speciaal voor jou dus ook een rijtje van deze veelvoorkomende afkortingen:

Afkortingen haakpatroon

Aan de slag!

De voorbereidingen zijn getroffen, nu is het tijd voor actie! Nou ja, bijna dan. Voordat je de magische ring of de ketting van lossen op je haaknaald zet, geven we nog een gouden tip: lees het patroon één keer helemaal door. Het geeft je namelijk een beter idee van het eindresultaat.

Goed, nu is het dan echt tijd voor toer 1. Geen paniek, wij loodsen je door de wirwar van afkortingen. Het is niet moeilijk, na een paar haaksels lees jij haakpatronen met twee vingers in je neus. Belangrijk om te onthouden is dat je leest van komma tot komma.

Om je een en ander duidelijk uit te leggen pakken we een stukje uit een van de patronen van onze Dierentuin CAL.

1e toer: Maak een magic ring van 6v, of doe het op de volgende manier; haak 2l. Haak 6v in de eerste l. Haak 1hv in de eerste v, zodat je een rondje hebt (6). 2e toer: Haak 2v in elke v (12). 3e toer: Haak 2v in elke 2de v (18). 4e toer: Haak 1v. *Haak 2v in de volgende v. Haak 2v*. Herhaal *tot*, tot het einde van de toer, maar eindig met 1v (24). 16e toer: Maak 6 minderingen. Haak elke 3de en 4de v samen (18).

Nadat je een magische ring hebt opgezet, haak je er volgens toer 1 zes vasten in. Omdat de magische ring voor sommigen wel ‘een dingetje’ is, wordt hier ook een alternatieve haakwijze gegeven. In dat geval haak je eerst 2 lossen. Daarna 6 vasten in de eerste losse. En daarna 1 halve vaste in de eerste vaste. De zes die tussen haakjes staat betekent dat je aan het einde van deze toer 6 steken hebt. Toer 2: haak 2 vasten in elke vaste. Door in elke steek van toer één 2 vasten te haken meerder je van 6 naar 12 steken. We maken een sprongetje naar toer 4. Hier komen we voor het eerst sterretjes (*) tegen. De instructies tussen de sterretjes herhaal je. In toer 4 haak je eerst 1 vaste in de eerste steek van toer 3. In de volgende steek (dus de tweede steek van toer 3) haak je 2 vasten. In de volgende twee steken haak je elk 1 vaste. Dan dus weer 2 vasten in de volgende steek en 1 vaste in de twee steken daarna. Enzovoort… Je eindigt met 1 vaste in de laatste steek van toer 3. Klaar? Dan heb je in deze toer gemeerderd van 18 naar 24 steken. Zoals gemakkelijk als je meerdert, kun je ook minderen. Lees toer zestien maar eens. Aan het einde van toer 15 heb je 24 steken. Door in toer 16 elke derde en vierde steek samen te haken, eindig je na dit rondje met 18 steken.

Engelse en Amerikaanse haakpatronen

Wat als het patroon van jouw droomproject alleen in het Engels beschikbaar is? Geen probleem! Als je weet wat de Engelse/Amerikaanse haaktermen inhouden en de afkortingen betekenen, haak jij dit droomproject zo in elkaar. Let wel even op of de ontwerp(st)er Engels of Amerikaans is, want op sommige punten verschillen de termen van elkaar. Zo staat dc. in een Engels haakpatroon voor een vaste en in een Amerikaans patroon voor een stokje.

Haakpatroon lezen Engels Amerikaans

Hopelijk hebben we je een beetje wegwijs kunnen maken in de wonderlijke wereld van de haakpatronen. Binnenkort behandelen we een ander fenomeen: het haakschema of haakdiagram. Blijf onze blogs dus lekker in de gaten houden!

Geef een reactie

Een reactie

Moment...